Reglement overwelvingen in baangrachten

“Reglement op het plaatsen van overwelvingen in baangrachten"

 

Artikel 1. – Het is verboden baangrachten geheel of gedeeltelijk te dempen of te beschoeien met materialen die de infiltratie van water in de bodem kunnen tegenwerken.

 

Artikel 2. – Het overwelven of inbuizen van baangrachten gelegen langs buurt-, gemeente- of gewestwegen kan slechts toegestaan worden mits een voorafgaande en schriftelijke vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen. De werken tot aanleg van een overwelving van een baangracht worden uitgevoerd door de gemeentelijke diensten of door een door de gemeente aangeduide aannemer.

 

Artikel 3. – Een standaardoverwelving van een baangracht bedraagt 5 meter per kadastraal perceel. Er wordt gebruik gemaakt van buizen met een standaardlengte van 2,50 meter. Deze buizen hebben een doorlaatopening van 0,40 meter tenzij de vergunningverlenende overheid, mits motivatie, een grotere diameter noodzakelijk acht. De breedte van de kopmuur bedraagt 30 cm per kopmuur.

 

Artikel 4. – Slechts in uitzonderlijke gevallen en mits grondige motivatie vanwege de aanvrager kan het college van burgemeester en schepenen een afwijking toestaan op bovenstaande standaardafmetingen.

 

Artikel 5. – Indien de overwelving dient te gebeuren langs een gewestweg zijn de decreten, besluiten en omzendbrieven van toepassing zoals deze op het moment van de aanvraag gelden. De principiële goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen dient in dit geval nog wel door het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse Overheid te worden goedgekeurd.

 

Artikel 6. - Wanneer de te overwelven baangracht een geklasseerde waterloop is, zal de aanvraag moeten geschieden volgens de bepalingen van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en eventuele, latere wijzigingen. Voor onbevaarbare waterlopen van 2de en 3de categorie gebeurt de aanvraag bij de gouverneur van de provincie Antwerpen die in dit geval ook de vergunningverlenende overheid is.

 

Artikel 7. – De werken zullen pas uitgevoerd worden nadat het verschuldigde bedrag, vastgesteld volgens een afzonderlijk gemeentelijk retributiereglement op het plaatsen van overwelvingen in baangrachten, betaald werd aan het gemeentebestuur van Malle. Bij niet minnelijke regeling zal de inning van het verschuldigde bedrag geschieden bij burgelijke invordering.

 

Artikel 8. – Zolang het toegelaten werk in stand gehouden wordt, is de vergunninghouder of zijn rechtsopvolger verplicht het in goede staat te bewaren en het geregeld te ruimen en dit in elk geval op elke vraag vanwege het gemeentebestuur.

 

Artikel 9. – De verleende vergunning is ten voorlopige titel. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds tot wijzigingen of het herstel in oorspronkelijke staat bevelen wanneer ondermeer het openbaar nut dit vergt of de werken in enig opzicht nadelig zijn. Het college van burgemeester en schepenen stelt een redelijke termijn vast binnen dewelke de aanpassing, af- of uitbraak voltooid moet zijn.

 

Artikel 10. - Indien de in artikel 9 voormelde aanpassing, af- of uitbraakwerken niet binnen de gestelde termijn uitgevoerd werden, zal het college van burgemeester en schepenen zelf deze noodzakelijke werken laten uitvoeren op kosten van de vergunninghouder of zijn rechtsopvolger. De kosten en uitgaven worden bij de vergunninghouder of zijn rechtsopvolger ingevorderd na voorlegging van een eenvoudige kostenstaat van aannemers of werklieden.

 

Artikel 11. – Bij elke aanvraag dient een administratieve kost, vastgesteld volgens een afzonderlijk gemeentelijk retributiereglement op het plaatsen van overwelvingen in baangrachten, betaald te worden op rekeningnummer 091-0001196-60 van het gemeentebestuur met de vermelding “Aanvraag overwelving – naam – adres”. Het dossier wordt enkel na betaling van deze kost behandeld door het college van burgemeester en schepenen. Indien er een vergunning wordt verleend, zal dit bedrag in mindering gebracht worden van de totale aangerekende kostprijs voor het aanleggen van de overwelving. Deze administratieve kost dient niet betaald te worden indien de aanvraag gebeurt naar aanleiding van werkzaamheden in opdracht van de overheid.


Artikel 12.– Volgende principes worden gevolgd:

      • Er wordt per kadastraal perceel één standaardoverwelving toegestaan met een maximale breedte van 5 meter. 

      • Een overwelving van 7,50 meter breedte kan toegestaan worden indien er sprake is van een oprit naar een inpandige garage, een vergunde carport of achterliggende garage aan dezelfde zijde van de woning. Deze constructies dienen effectief voltooid te zijn vooraleer de overwelving van 7,50 meter toegestaan kan worden. Indien de bouwlijn minder dan de normaal voorgeschreven 12 meter bedraagt, kan van deze breedte van 7,50 meter afgeweken worden na advies van het departement grondzaken.

      • Een tweede overwelving kan worden toegestaan op eenzelfde kadastraal perceel indien er twee op voldoende afstand van elkaar aangelegde opritten aanwezig zijn die toegang verlenen naar een vergunde carport of garage. Dit geldt niet voor een parkeerplaats voorzien in de bouwvrije stroken.

      • Ingeval van weg- en rioleringswerken kan een overwelving om toegang te realiseren tot de voordeur, via het dek-op-oever-principe, enkel worden toegestaan indien er voor aanvang van de weg- en rioleringswerken al een bestaand apart voetpaadje aanwezig is. Hierbij wordt gewerkt met een standaardbreedte van 1,20m.

      • Bij aanvragen voor een gekoppelde overwelving, meerbepaald: een overwelving verdeeld over twee percelen, wordt de gevraagde bijdrage verdeeld over beide aanvragers/eigenaars van de percelen in kwestie.

      • Indien de aanvraag een overwelving betreft om toegang te bekomen voor een landbouwperceel gelegen in landbouwzone, niet gelegen in een verkaveling of BPA, kan er gewerkt worden met een overwelving zonder kopmuren.

Artikel 13.– De gevraagde bijdrage voor een overwelving dekt de volgende werken: leveren en plaatsen van buizen en het materiaal om twee kopmuren te realiseren. Het eventueel uitgegraven materiaal wordt op de buizen achtergelaten ter opvulling.

Artikel 14. - Het aanvullen van de buizen en het plaatsen van de verharding is ten laste van de aanvrager. Ingeval van weg- en rioleringswerken uitgevoerd in opdracht van het gemeentebestuur, zijn deze werken ten laste van het gemeentebestuur.

 

Artikel 15. – Indien de aanvrager zelf de kopmuren wenst te metselen, blijft de gevraagde bijdrage voor de aanvrager onveranderd. Ingeval van weg- en rioleringswerken worden uniforme kopmuren door de gemeentediensten of een door het gemeentebestuur aangestelde aannemer, gemetseld.

 

Artikel 16. – Door het college van burgemeester en schepenen kunnen bijkomende voorwaarden opgelegd worden, onder andere met betrekking tot het aanvullen van het duikerlichaam, het voorzien van inspectieschouwen, …” 


Gemeente Malle
Antwerpsesteenweg 246
2390 Malle
tel: 03-310.05.11
fax: 03-311.71.70
info@malle.be